406
verstrooid. Het werk bleef altijd eenderlei voor Reintje. Tót zij ״chique gelegenheden" ging bezoeken.
Schof je! Ook toen was Rebecca een soort van vertrouwelinge gebleven. Maar zij reageerde zoo averechts, dat Reintje niets ״aan haar had." Want tus-schen zeventien en éénentwintig, beleefde maagdelijke Reintje al schaamtelooze avonturen, als een echt gondeltje. Schoon heel kinderlijk van gestalte en gebaren, bleek zij fel-geraffineerd van bezinning en overleg. Reintje was dol op de film; op costuum-praal, op bedwelming van kleur en weelde. Zij was verzot op
spreekfilmen vooral...... Rebecca ging nooit mee.
Reintje had vlam voor dezen en vuur voor genen. Maar geheel zinneloos, verrukt werd Reintje gegrepen door mode en dans. Drang naar mooie kleeren beheerschte heel haar doen en denken. Voor mooie kousen en schoenen deed zij alles, al kwam zij erdoor in een gondelkit terecht. Hollywoodsche vrouwen geleken haar afgoden. Op Gilbert was zij razend. Zij hunkerde naar het blanke bijt-schavotje van zijn scherpe minnaarstanden. Chevalier zoende zij in gedachten. Hij geleek haar een onbereikbare snoes, deze toerist in de liefde, die het levenslot van vele meisjes beheerschte
als hij wou...... Onder het zwoegen,...... snoepen van
peren, zuur, gebakjes of lever....... smoézemént over
hém en Jeannette Macdonald,... werd haar een zaligheid. Rebecca bleef er steen voor. Tot Reintje de dommekracht-arbeid verveelde en zij walgde van al het atelier-gedoe. Na den dood van haar moeder, verwaarloosde zij het werk. Haar avonturen werden al gewaagder, grilliger en gevaarlijker. Zij deed niets anders dan negerdansen oefenen... Jazz, rumba's en fantasie-foxtrotten...... Rebecca bleef nog haar vertrouwelinge. Het ergste echter verzweeg zij voor het onnoozele, mooie buurmeisje. Maar vandaag moest zij Rebecca toch een dolgrappig avontuur vertellen......
Schof je: stil. — Gondeltje: hoertje.