392
en. zijn vormcultus te bewaren. Papa was den laatsten tijd schandelijk-opvliegend, door uiterst-geprikkelde gemoedsstemmingen.
Onverlangd keek hij naar Rozenheim's werktafel en schrok. Hij las den titel van een boek: ״De electro-magnetische lichttheorie van Maxwell"; proefschrift, door een student Papa opgedragen. Uriël begreep er niets van. Hij kende dien glijerigen, glibberigen op-drager uit het Corps. Verlangde die óók al handgeklap van de plutocraatjes?
Zacht, bijna prevelend begon Uriël te spreken......
Hij wilde niet hoog-eigenzinnig zijn weg gaan, als cynische Leo. Maar hij verlangde wel van Papa, dat deze hem zou laten uitspreken, hoe dreigend alles hem de ooren in zou klinken. Daarna kon Papa hem zoo scherp berispen of uitveteren als zijn hart behoefde.
Henri staarde zonder besef! Waar wou de jongen heen? Uriël was allerminst een boetedoener of syncre-tist. Eer een stil-opstandige. O, met gewoon-mensche-lijke zelfzucht, gevrijwaard voor biecht... Henri hield heel veel van Uriël, maar,... het hoonende gebeuren op zijn feest, met Rozenheim's huldiging, ruim anderhalf jaar geleden, het feest, dat Uriël in zijn hoogste glorie liet verongelukken, zat hem nog altijd dwars. Nadien kon demagogische Henri niet meer rustig Uriël beoordeelen. Nu, in zijn schimpende zenuwachtigheid
en hersens-aftobbing, nog minder dan ooit...... Toch
wilde Henri kalm zijn. In stug-gedwongen rusthouding zette hij zich tot luisteren, al voelde hij zich al geheel uitgewrongen, bij voorbaat.
Uriël bleef, onder vreemde beklemmingen, toch be-heerscht. Wanneer zijn vader inwilligde en begréép, — Papa hoefde immers voor hem geen verdriet, moeite of vrees te verbergen, — had zijn zoon maar heel weinig te zeggen. En dat weinige zou niet heel diepzinnig zijn. Vooral geen vervagende groote woorden