388
goederen-voorraad bijna barstte en er geen raad mee wist? Konden tegenwoordig armlastige sjacheraartjes, onbenullige en drieste koopluitjes der nijverheid, vroeger met diepe minachting weggekeken, niet naar Londen trekken, onmiddellijk ,,zicht" krijgen en afdingen op prullige lotjes? Iets voor de De Beers; iets voor dit hooghartigste en ongenakelijkste lichaam der handels-aristocratie, slechts traag toegankelijk voor pietluttige menschjes in het vak!
Nü mijnen sluiten...... nü?...... Die aandoenlijk-
edelaardige en luidruchtige daad had de De Beers Cy. drie jaar geleden moeten verrichten. Nu werd het een zot en verloopen sarcasme op eigen waardeloos zaken-begrip. Nu was het een wortel met den kop in den grond steken. Toén had ze, bij doorzien van allertreurigste misstanden, bij gekke exploitaties en perverse concurrenties, toevoer moeten na-ijlen, beperken en naar den afzet evenredig maken. Dat zou tactiek geweest Zijn. Toen de pas geboren Zuid-Afrikaansche diamantindustrie op haar zuigelingenbeentjes wou rondstrompelen als een baldadige jeugddronkene. Nu leek deze „daad" heel wat. De „De Beers Consolidated" verklaarde „zelf" met geestdriftlooze waardigheid, dat ze zou ingrijpen in de ruw-productie. Grootspraak en uitdagende op-den-kop-zetterij van de crisis-ellende. Alles geschiedde, om het zoogenaamd op-prijs-houden van den diamant. Om te brullen! Stopzetten der productie, in overleg met groote zuster-maatschappijen, heette het nu beschroomd! Een klontje suiker op de bittere tong...
O, het huppelde als een gekkengetal door Henri's
hoofd. Het doorwoelde, doorscheurde zijn brein......
Stopzetten, stopzetten... om te brullen! De Beers wou reddingsboeien uitgooien naar aanspoelende drenkelingen, die al lang verdronken waren. Looze comedie! Onder den dwang der omstandigheden ontstond