384
kropte woede los, het smartelijk geroezemoes om de moordcrisis...
De geweldige ruiten spiegelden grauw. Het asphalt van de Weesperstraatbrug glom van doorzogen moddergrauw. Het uitgestorven Nieuwe Achtergrachtje, met het doode water, de doode wallekantjes, mistte groen-grauw. En de meeuwen, de eeuwig-dwarrelende meeuwen, met de schrille honger-schreeuwen, ze maakten Rozenheim ziek!
Henri liet om zijn chauffeur telefoneeren. Hij snakte naar straatlucht en kou...