368
— Als je deed wat je zou, dan had je wat je wou, gammer!
Grosveld, afgebluft, schuifelde eenige hinkstappen terug en zwaaide de armen verlegen naar achter.
— Hoor dié!...... Voorzitter van de Reformbeweging... Hij wil teruggejitst worden!... Spreekt van bedelen, als ik fatsoenlijk vraag!...
— Dat is zoo goed als bedelen!
— Frotte nierisj!...... Die wil de heele wereld
blinddoeken!
Grosveld's bronzen stem dreunde en zijn morsige handen pagaaiden.
— Pas maar op, of je wordt geschorst wegens be-
leediging en...... en je nibbeltje mot me zoenen op
klaarlichten dag...
Er ruischte woede in Grosveld's ooren, maar hij bedwang zich en gromde schuw:
— Oggenebbisj... opschepper!
Meedoogenloos schertste Ouderkerk voort:
— Je vader was een gróót juwelier en doodelijk
vrome huilebalk...... Dat weten we!...... Handelde
vroeger op IJmuije... Hij spartelde altijd zelf als een visch in zijn kelder. Maar toch was ie 'n beestenmartelaar... Wees verstandig, al bin je nog lid van Mizrachie,... en gaan jullie weer naar je kaai en je
vischkom...... Vraag je driehonderd gulden Beurs-
inkoopgeld terug... Als juwelier hebbe je vader en jij afgedaan!
De reuzige, donkere gestalte draaide zich verbeten om, drentelde zwijgend en wilskrachtloos weg. Er bleef iets reikhalzends in zijn houding. In zijn vleezigen, machteloozen en verdrietigen achterkop, plooide de nek als een zwarte kerf. Verworpeling!...
Een kloover-eigenwerkmaker, Van Wezelaar, met koel-grijze oogen, overdolde Ouderkerk.
Gammer: domkop. — Jitsen: besnijden. — Nibbeltje: meisje (hier: zijn dochter). — Mizrachie: organisatie der wetsge-trouwe Zionisten.