367
Ouderkerk vervolgde den onderbroken zwaai van zijn zin:
— Mag ik u voorstellen, meneer Rozenheim......
onze grootste niksnutter... Heeft onlangs 'n rotzaakje geopend in garen en band. Hij moest alles zélf doen. Alles! Als ie de deur uit moest, om een kist goed te
klaren...... moest ie sluiten!...... Dan plakte hij een
briefje op de deur: gesloten wegens opening!...
Hoongelach klonk.
— Vroeger,... spotte Ouderkerk onvermurwbaar voort,... vroeger, jaren lang geabonneerd op de ondergaande zon in Zandvoort... Samuel Jeremia Grosveld, bijgenaamd de Bleeke Dood... Die dempt zijn hoogmoed nooit... Hij is athleet bij regen... dan slaat hij Peters en loopt hij harder dan Nurmi, recordhouder van Finland...
Henri keek op, verschrikt. Grosveld was bleek als de dood.
— Zijn vader had vroeger een tweedehands-boekwinkel. Deed jarenlang samen met Eikie Vroom, in
vischschubben...... u weet wel!...... Twee groote
fabrikanten... nou balieklanten... Gekeeld door de crisis!
Henri knikte.
— Meneer Grosveld... aangenaam!
— S. J.,... verbeterde Ouderkerk... Zijn voornaam is ze klaphek...
Grcsveld's reuzige lichaam rees donker-log op. Hij boog vluchtig. Zijn wenkbrauwen, vetzwart, geleken kleine knevels boven een steenbleek, lang gezicht.
— Mag ik u eens komen bezoeken op kantoor,
meneer Rozenheim?...... Misschien heb u iets heel
goedkoops over de hand... Ik bied...
— Zeg, Samuel Jeremia Grosveld,... wil je wel je bedelmondje houwen, of we killen je!
— Ik bedel niet!