366
jouwend spotgekijf. Hoog wendde hij zich tot den wreeden vloeker:
— Offerte?... Doet u geen moeite... Ik koop niets!
Beleedigde indringer slifferde mopperend weg.
Henri geïnteresseerd, vroeg Ouderkerk:
— Wat is er nu met die meeuwen-geschiedenis?
— An de Amstel moet u eens zien, bij de roei-huizen, als 't vriest... Openings-ceremonie, vlak vóór uw kantoor...... Vier dagen geleden heeft 't fel gevroren... Heb u de asphalt-vuren gezien?... Toen kon u zien wie Joden-meeuwen waren of Christenmeeuwen...
— Geen andere zorg?
— Doet 'r niet toe... alles heeft z'n wisselbeurt... De Christene-meeuwen stingen op 't ijs en drentelden rond... of ze namen de vrije slag over alle afstemden... Maar de Jodene-meeuwen met bonte mutsies op, bleven allemaal op de wallekant plakken,... jónge plombière... je kan niet weten!...
Een zwartharig eigenwerkmaker, nijdig en kefferig, kreet naar Ouderkerk:
— Dié spot!... Ochenemmis... je lijkt zélf wel 'n Jodemeeuw, met je kromme snavel en je rol-luiken!... Nee... die is goed!... De conducteur van Benne-broek, Bloemendaal en Sjanghai!...
Uit den ,endenhoek" brulde wraakgierig gelach los. Zij hadden den zwartharigen giftigerd wijsgemaakt, dat Rozenheim méér dan een ton goedkoop geslepen had gecacheteerd...
— Meneer Rozenheim,... viel Joost Ouderkerk in, bij het naderen van een geweldig-omvangrijken, morsigen kerel,... mag ik u voorstellen...
— Een smokertje heb ik liever....... grolde de
morsigerd.
— Hier heb je een van vijftien spie... met sjkorem en al!
Ochenemmis: inderdaad. — Sjkorem: leugen.