360
Hij wenkte zijn chauffeur, weg te rijden.
Toen Henri Rozenheim in de zaal verscheen, ontstond er een wrak stuiperig oploopje en een hatelijk, schreeuwerig lawaai. Alle Amsterdamsche diamantairs waren leden. Maar groote fabrikanten en groote commissionnairs bezochten de Beurs nooit zélf. Op eigen kantoren sloten zij hun transacties af of lieten er anoniem van allerlei inkoopen. Maar in dezen vernielenden crisistijd zag de Beurs, malst gebeuren. Koning en knecht traden elkaar in het spoor en overlegden saam achter het slaperig opaal van wintermorgenruiten.
De schatrijke De Gelders zaten rug aan rug met geringste koopman-scharrelaars en linke slimmeriken, die zich maar hoefden om te draaien om te worden gehoord of toegesproken. Zij waren tegenwoordig tóch van één verworpen armoegilde...
Vandaag verscheen een koning van het vak. Hij bracht door zijn verschijning de zaal in rep en roer. Een windruk gelijk. Honderd wriemelende handen staken gulzig naar Henri uit. Vele Clublui paaiden en bogen voor den nóg fascineerenden vak-vorst. Het scheen Rozenheim een overrompeling toe.
In een spiksplinternieuw korporaaltje herkende Henri waaks, een neef van Jonkheer Hereira d'Ancona, die hem overdreven-eerbiedig, opdringerig en met gedempt-sleepende stem kwam begroeten. Die
״aristocraat" óók al in het vak? En hiér?...... Henri
moest zich even herwinnen en jokswijze, blies hij van kou... Het werd een te scherp loeven. Hij, die alle transacties tot nu toe op eigen kantoren afsloot, was in deze spanninglooze sfeer van broeisch rumoer en heet-gonzend gesnater, wild-vreemd, bijna ontzet. De menschen klonterden saam onder nutteloos gedruisch van geluiden. Alleen vrouwelijke makelaars werden in de Beurszaal geweerd; moesten hoffelijk buiten in