351
verklappen, Garcia?... Want ik verga van de dorst... en de marmeren Beurszuilen lesschen me niet!
De geelkleurige Garcia grinnikte verdwaasd, terwijl zijn sliertharen over zijn oogen sprietten. Zijn stem trilde:
— Verklappe?... Je bint niet sjoeg... Maar hoe ken jij honger hebbe? Binne je wange veel te bol voor!... Je lijkt wel de ״vette jaren" van dat schilderij... je weet wel!
Die knoestige spot, nu hij zóó in den piepzak zat, sneed Safier door het merg. Maar hij vergaf Garcia graag. Die gele Pottegies wekte ontzag in hem. Garcia's heele familie ving gloed door een aangeblazen faam. Ze zouden verre afstammelingen zijn van Uri Halevie, van wien de Portugeesche Gemeente haar oudste Sepher Thora had ״georreven"... Ook Filip sleepte een traditie na.
Filip was kloekmoedig kleinzoon van den vroegeren gróótmakelaar Safier. Zijn pronkvolle grootvader, vroeger,... heel, heel vroeger, altijd vroeger,... woonde óók al op de Verwersgracht. Zijn vader óók. Bleef zijn stralende trots! Zijn grootvader, als diamantsnijder begonnen, was schatrijk geweest; liet toender-tijd zijn gróóte inkoopen doen op de Diamantbeurs, waar hij, de kleinzoon, nu sjwiejenieje leed... Later werd grootvader Safier doodarm, door speculaties en faillissementen. Toen had Filip's vader zich juist opgewerkt. Deevie Safier,... wat doe je ermee?... Maar die was opnieuw gestruikeld en gevallen mét den zoon. Daar zaten ze beiden op hun zitvlak. Nou hadden zij geen snars. Hij wist niet meer, waar het gestoven of
gevlogen was...... Tegenwoordig scharrelde Filip in
doodordinaire bakvullis en mocht hij niet te veel beks hebben. Verlaging op verlaging van positie. Zóó benard, dat hij zuinig moest zijn met het gebruik van
Niet sjoeg: niet snik. — Verwersgracht: bijnaam van Zwanenburgwal. — Sjwiejenieje: broodnood. — Bakvullis: diamantafval uit klooversbakken.