347
verwards. Zou er met Mama vanavond nog wel over spreken. Hij... en huichelarij! Kom-kom! Malligheid... Het woelige troepje kon hij nog wel aan, al was er anarchie.
Caro, slank, snel, fijn, vertrok met een zacht-wieg'lend gangetje. Zij voelde, zij zou zegevieren over Papa en Mama. Het mangelde Papa vooral aan inzicht. Hij liet zich meesleepen door zorgen en bedreigingen...
Henri wilde naar de Club, naar dc Diamantbeurs. Hij,... Henri Rozenheim, naar de Beurs. Mal! Door en door mal! Zoo iets geks was hem stellig in vijftien jaar niet ingevallen. Zijn gedachten klotsten tegen elkaar. Geen wonder. Alles beukte en brandde in schuimende drift. Maar hij wou er heen; eerst in het verborgene, zonder bewust te beseffen wat hij er eigenlijk moest uitvoeren. Zaken waren er voor hem niet te doen. Maar Siegried Fontein, de bezonkenheid in eigen persoon, kwam er ook. Waarom hij dan niet? Henri kon leeren van de jongeren in het vak. Vooral van Siegfried, die zijn woede, prikkelbaarheid, onrust en wankeling in ieder zijner besluiten al lang had opgemerkt. Misschien ontmoette hij op de Diamantbeurs tóch enkele vreemdelingen, niet zóó gedrenkt in pessimisme, niet zulke noodlotsblazers als de kooplui van Amsterdam en Antwerpen. In alle geval was deze doellooze bedrijvigheid een bewijs, dat hij niets om handen had en kon hij er den onspoed van anderen nog dieper peilen dan op kantoor.
V.
Grauw en halfduister onder den sneeuw-zwangeren Januari-morgen, lag de hoogramige Diamantbeurs op het stille gedeelte van het doodsch-kale Weesperplein,