345
ouderdom, hij, gelijk-óp-levende met de jeugd.
Caro ontzenuwde stuk voor stuk zijn kronkelende praatjes. Zij spotte zenuwachtig, maar luchtig, koel-intelligent en half geanimeerd, met Papa's strompelend verzet en zijn zielsverzorgersschap.
— Maar je bent nog veel te jong!
Caro's oogen waasden en vonkten...
— Hoe pathetisch... Té jong?... Ik?...
— Hou je mond!
Rozenheim snauwde, banaal, in wanhoop. Hij wist eigenlijk zelf niet, waarom hij zich zoo fel tegen dien rijken jonkheer keerde en zich zoo opblies. Want ook D'Ancona was voor koningschap en Oranje. Het overrijpe van dat kind, hinderde hem het meest. Het schonk haar, in zijn angstverbeelding, een kwetsende meerderheid. Ja zeker,... goed, goed... Maggie was al verloofd met een Christen. Nu ja. Christen! Bob, die goeierd... heelemaal los van alle kerkelijk geloof. Met Caro, dan koel, dan zengend, werd het een heel ander geval. Die ging zich verloven met een schatrijken, mondainen, Portugeeschen Jóód, van wien iedereen wist, dat hij Katholiek zou worden. Een
beetje griezelig...... Alleen de evenwichtige, deftig-
oude Mevrouw Hereira d'Ancona, doorketend van Hebreeuwsche tradities, hield den sjmadstreek van den roekeloozen zoon even tegen. Die óverbloeide Jonkheer was Jood en zou nu Christen worden; misschien wel Hitleriaan, uit caprice! Ranzig hè? Wat zou Caro doen? In een soort van geestelijke bekrompenheid, Christin worden? Dat scheen juist het krankzinnige; bracht hem den duizel. Maggie blééf Jodin; veranderde niet van geloof, al bruiste haar geest nog zoo woest. Kon Bob, dien loltrapper, ook geen zier schelen. Hij voelde zelf niets voor dogma's. Als hij maar in de zon mocht rennen en vliegen. Zou Caro echter, eigenlijk nog een kind, alleen en zelfstandig beslissen?