344
streelstem, aan het timbre, dat vleiend-lief, zacht of krachtig uitklonk. Zij was gewend aan zijn voorname manier van spreken. Papa had aan alles altijd verfijning, cachet gegeven. Nu leek hij ruw, wild, een kleuterige caricatuur van zichzelf. Nu ontdekte zij rillend, grovere verwantschap tusschen hem en zijn paskwillige broers Abram en Aaron.
Caro, al wreveliger, begreep niets van Papa's grillige willekeur en zijn geborneerden toorn. Even gloeide in haar gouden blik iets lubrieks, bij de gedachte aan Hereira's herkules-kracht.
Driftig viel Henri uit:
— Bob is een Christen van geboorte!
— Wat zou dat?
Boertig bijna, ontviel het haar.
Henri wond zich op:
— Wat dat zou?... Dat ״zou" alles!... Ik wil niet, dat jij, een Jodin, met een geboren Jood trouwt, die... die... zich laat sjmadden!
Henri voelde zichzelf zeer burgerlijk, grof, grommend. Hij hinderde dit chimerische kind...
— Och Papa... dat is dood-ouderwetsche humbug
en zelfzucht...... U dwingt me op eigen houtje te
handelen! Ik ben al tweeëntwintig!...
Weer klonken schrik en wanhoop in Henri's stem, toen hij leeg, futloos antwoordde:
— D'Ancona is ook veel, véél ouder dan jij... als ik het wel heb!... Negenendertig!...
Caro's oogen brandden...
— Precies wat ik verlang! Ik heb een vreeselijken hekel aan jochies,... aan groentjes en blagen... Moest ik een stomvervelend ventje oppikken uit S. S. R. of S. D. S. C.?... Ik hóu van Hereira... Niet om de specie... laat me ijs!
Henri, breedsprakig, eigenzinnig, stapelde ongewild al meer bezwaren op. Hij voelde ineen zijn