341
Hijzelf leefde klokvrij als Jood, maar toch... Jóód! Want ook voor hém bloeide Jeruzalem nog altijd op reine aarde...
— Maar D'Ancona (Henri kón niet voluit Hereira d'Ancona zeggen),... laat zich toch sjmadden, kind?...
Vertwijfeling doorweekte zijn penetrante stem.
Caro wist niet goed, wat in diepsten zin ״sjmadden" eigenlijk beteekende. Zij rilde een weinig van deze gemeenzaam-Jiddische uitdrukkingen, toegepast op handelingen van een Spaanschen aristocraat als Jonkheer Hereira. Henri's zinspelende taal eischte een intiem saamhoorigheids-gevoel, dat zij, als geboren Jodin-zonder-geloof, geheel ontbeerde. Ook tante Annie, Papa's zuster, gebruikte in vroolijke buien altijd ordinair-klinkende, spottend-bargoensche woorden. Dan vloekte Papa. Nu zei hij zélf „sjmadden". Zij begreep ten naastenbij wat hij bedoelde...
— Doet er niet toe,... sneed Caro weerspannig af.
— Doet er niet toe?...
— Neen... ik hou van hem en hij van mij... Papa... we vragen uw toestemming... John komt natuurlijk zélf u vragen...
Henri keek gebluft en zweeg even na Caro's koude exaltatie. Was er iemand ooit sneller van het kussen gebonsd? Alles ging tegenwoordig dwars en bedriege-lijk en met grooten hartstocht, tegen den draad in. Hij onderging met scheurend leed de overwoekering. Bezonnen De Brakelaar had het hem wel voorspeld... Geluk kwam altijd alléén. Ongeluk sleepte een troep gulzige ups-and-downs-bastaarden mee. Van ochtend weer drie faillissementen, waarin hij onontkoombaar betrokken bleek; in Antwerpen, Parijs en Amsterdam.
Geldverlies, doode posten...... slag op slag! Hij werd
er stapelgek van. De raderen stonden stil. En nu weer Carolientje...
Mat, moe, herhaalde hij zijn vraag:
Sjmadden: doopen.