340
Zij vermocht dikwijls haar uitgelatenste buien terug te dringen en te remmen. Caro haatte sentimenteel gezeur. Zij kon ineen tartend-flegmatisch en snijdend uit de hoogte spreken en hautain handelen, tegenover een ieder. Ongenaaklijker en hoofscher soms dan Mama... Een echte Suasso y Arias da Silva zóó...
In Henri's oogen bleef angst groeien, terwijl hij zijn privé-kantoor instapte. Beklemd herhaalde Rozenheim:
— Wat is er, kindlief?
Henri's stem klonk weer heel warm en vol. Hij beefde onder het besef der afsnoering. Caro merkte iets. Zij dwong Papa te gaan zitten in den ״stoeli-fant"......
Caro viel met de deur in huis. Op het Museumplein wilde zij het nog niet vertellen. Zij zou het spotgekakel van Maggie niet verdragen; het misselijke, ijskoude hoonen van Leo nog minder dulden. „Meneer Leo" die den onvermurwbare speelde, zonder een sikkepitje innerlijke kracht! Zij zou Mama ook fel trotseeren, als die weigerde. Maar zij had zich, tusschen dol vermaak en strenge studie, verloofd met Jonkheer Hereira d'Ancona...
Henri sprong op, hevig ontsteld. Een grap... wat?... Een prikkelend avontuurtje, hè?...
Hij vroeg het kinderlijk-inpalmend.
Caro ontkende lachend-nerveus.
— Wat? Verloofd... verloofd?... En je studie?...
— Kan óns niets schelen!
Al dadelijk dat nuchter-hatelijke flegma, die hoog-doenerige onverschilligheid en dien scherp-beslisten toon. Was zij nü al de rijke Mevrouw D'Ancona, tegenover haar uitgemergelden Papa?
Henri dampte zwaar... Kan „ons" niets schelen!...
Zou hij jammeren en klagen op de ruïne, als een andere Jeremia? Och, hij dwong zijn kinderen nooit iets af. Was altijd zijn beginsel geweest en gebleven.