337
zoo geheel van binnen omkantelen, zoo uitbranden en geheel van eigen wezen en diepste aandriften vervreemden? Zijn Don-Quichottisme en malle zaken-romantiek waren doodgebloed in wrang cynisme. Hij vond zich een harlekijn in zijn vroegere buitensporige hoffelijkheid, in zijn beschermende charme en overstelpende gulhartigheid. Waar was zijn trots op zijn Spaansche Esther gebleven? Hij, man van de wereld, scheen een verschrompelde mopperaar en kankeraar geworden. Zijn kinderen hinderden hem in alles; in hun woorden en gedragingen. Laatdunkende Leo bleef uit zijn vaarwater. Goddank! Hij zou zijn eigen zoon, bij sarrenden hoon of schimp, in de keel gegrepen hebben. Henri walgde van zijn parasiteerende broers Abram en Aaron en van zijn zuster, zijn nog levende zuster. Hij voelde de slurven van hun hebzucht op hem zuigen en stampen. Hij kon hen niet meer luchten! Hij wilde niet en toch moest Henri zich telkens in zijn terneergeslagenheid bezig houden met zijn schandelijken ondergang. Hij moest nu uit zijn stock blijven verkoopen, tegen moordend-lagen prijs, anders zag hij
heelemaal geen contanten meer...... Het huishouden
ging door; jachtend, schriklijk, verslindend. Zijn voorraad slonk al erger. Genomen crediet, van allen kant, zonder dekking door de prijzendaling, kwam op-eischen; verlangde onverbiddelijk aflossing van kapitaal en rente. Gegeven crediet bracht echter strop op strop. Henri hoorde of zag Amerikanen, Armeniërs noch Franschen; zelfs geen Italianen meer voor goedkoop slijpsel. Die zou hij op de Beurs zelf moeten gaan opzoeken! Wat een val. Hij, die vroeger voor niets week; die alle gebeuren onderwierp aan zijn wil... De ineenstorting zou een verplettering worden. Hij zou heelemaal geruïneerd zijn. Of hij moest nu dadelijk al zijn boel van de hand doen, alle móórdend verlies nemen en met een treurig-klein, verbrokkeld
22
Menschenharten.