329
het in haar huis een torment zou ontketenen achter de doode deur... Zij voorvoelde, dat het verzet van versomberden Henri tegen Uriël en Rebecca even fel en ongenaaklijk, even onverzoenlijk zou worden, als het van Josua tegen de kinderen al was. Maar toch bleef Esther overgelukkig, om twéé dingen: dat Uriël weer het kinderlijk hart had geopend voor zijn moeder, en dat hij zoo trots en onaanrandbaar liefhad het mooie nichtje, het eenvoudige meisje uit de grauwe Zand-dwarsstraat; toch óók bloed van hun bloed.
Wilde zij Papa eens polsen en op de hoogte stellen?...
Uriël, fier, wees haar bemiddeling af. Kom, kom, de familieraad hoefde niet op klokgeklep bijeengeroepen. Zoodra hij er lust toe voelde, en Papa was niet zoo angstwekkend-prikkelbaar, zou hij wel zelf spreken met Papa, al stond hij er ook vol afgrijzen tegenover. Uriël zou hem alles vertellen. Want trouwen zou hij Rebecca, al onderbrak hij zijn gansche studie, al ontzei Papa hem het huis; al raasden zusters en Leo...
Esther, gelukkig dat Uriël zoo kernig-onwrikbaar bleef, lichtte hem omtrent Papa in. Henri stond in vlam. Vader was in een veel deplorabeler toestand dan Uriël vermoedde... Hij had Robert van Nienhuizen opgezegd. Van dien verwachtte Papa, mét Moro, die Robert onmiddellijk had overgenomen, verraad en laagste ondermijningsstreken. Zijn geheel bezit, in stock van goederen vast, stond bedreigd met een totaal-vernietigend verlies. De handel lag morsdood. Hij had martelende zorgen; voor rente-aflossing van crediet, voor eigen personeel en voor crediet, dat hij in Amerika zelf geschonken had. Wanneer nu nog het schriklijke nieuws over Rebecca en haar jongen hem ter oore kwam... O, zij sidderde! En Uriël mocht niet vergeten, hoe edelmoedig Papa voor een ieder geweest was, zijn leven lang. Had hij niet altijd