298
echte haurikken met kromme haakvingers; schorem en peisels. Vooral Sem en Moos. Alles voor haarlie eigen bast!...
Maupie bleek zelfs, op zijn manier, geleerd in het Joodsch. Want vroeger was hij vroom geweest. Maupie scheen op zijn manier, thuis in Hebreeuwsche liturgie. Als jonge man had hij zelfs een heel brok van Ibn Gabirol's ״Koningskroon" uit het hoofd opgezegd en Rambam gelezen. Hij had achter het oude, heilige Davidsschild gevochten en zijn spitspijlen afgeschoten op spotzieke godloochenarij. Hij was eens toelichter geweest van rabbijnsche geschriften en het Hebreeuwsch noemde hij taal van het Opperwezen. Hij had het woord van Jose, zoon van Jochanan, gevolgd; uw huis zij wijdopen; laat de armen uw huis-genooten zijn en spreek weinig met de vrouw......
Door een geheimzinnige, plotselinge en onverklaarde wending in zijn leven, geknauwd, verbitterd en scherp gewond, scheen zijn geloofskracht verloren of totaal in hem vernietigd. Hij was klokvrij geworden. Maupie Nagel deed wat hij wou en wat hij vroeger in anderen fel had bestookt en gehekeld.
Zoo hield Nagel ook dit jaar Chanoeka, voor zijn vrouw en zijn kinderen, gelijk hij Pesach matses knabbelde. Al keek hij niet naar het sterren-uitspansel, om de Inwijdingslichtjes op tijd te ontsteken, en al liet hij de kaarsjes wel eens minder dan een half uur branden. Waarom? Waarom? Waarom zijn de bananen krom?... Zélf gaf hij er geen snars meer om. Aan nisim geloofde hij niet. Maar zijn sjmadstreek begrepen de buren verkeerd. Hij, Maupie Nagel, de goigomer, dat halsblok van een mensch, vol dadendrift, wou juist onder al zijn Christen-klanten toonen, hoe koen, hoe
Haurik: moordenaar. — Schorem en peisels: uitvaagsel en leelijkerds. — Rambam: Maimonides. —Pesach: Paaschfeest.— Nisim: wonderen. — Sjmadstreek: daad, in strijd met het geloof. — Halsblok: log schepsel.