271
losbarsten. Dan trilde en rimpelde haar spichtig snuitje. De glimnatte oogen waterden onbehoorlijker dan anders, onder de vinnige, jachtige brabbelpraatjes. Zij stookte weer en maakte blindelings verdacht, om haar gezag tegenover Josua uit te breiden. Voor het eerst van haar leven zwoer zij tegen Josua saam met Jan Splinter en Dirk Balk, de rasjangs van een tweeling. Haar kakelend kraakstemmetje kraste en snaterde vinnig en giftig dóór en Hereira bezweek onder haar hakerig-scherpe en ophitsende kronkelzinnetjes.
Weduwe Aboab's slapwangige hoofd liep geregeld óm van de zorgen! Haar half-toegeknepen oogen loerden overal heen. Zij wist hier heg noch steg in Rebecca's huis. Alles deed zij verkeerd, in haar
mollige corpulentie en ademnood. Noh!...... Al die
soores en weitik voor een ander!... En dan nóg... tusschen allegaar mannen, gor wegor... Noh, zoo iets op haar leeftijd. Geregeld een gorbon!...
Plots, in een hoestbui, begon haar hooge boezem puddingachtig te schudden en scheen haar wrevelige onwil te versterken.
Oom Salomon's vrouw, tante Rachel Hereira, geboren Belmonte Tirado, kwam weieens een uurtje helpen. Maar ja, die had er cabe^a... ja, die hielp,... die smotsege patjore! Ze liet haar frotte, bullige kal-koenenneus overal heensnuffelen, maar ja, ze deed!... Buenos noches senora! Die had meer frunnekende aandacht voor haar zwartglanzenden bandeau met de hagelblanke scheiding, dan voor Josua of de rumoerige knapen... Als haar glimmende toer maar goed platgedrukt zat op haar grijzen kop.
En broer Salomon, de Amsterdamsche diamant-
Rasjangs: boosaardigen. — Soores en weitik: zorgen en ellende. — Gor wegor: verdachte lieden. — Gorbon: hopelooze warzooi. —Cabega: hoofd. — Smotsege patjore: trage smeerpoes. — Buenos noches senora (Spaansch): goede nacht, mevrouw. — Toer: bandeau, pruik.