226
straalde en schitterde een toekomst Sallïe voor oogen...
Met gloeiende en dan weer ijskoude rillingen, liet hij Moro zijn old masters-collectie zien, verzameld in Amerika en Europa. Sallie werd een-en-al innerlijke waardigheid en hij sloot plechtig de groote vogel-oogen. Zijn gezicht trok bleek, de handen trilden en de stem steigerde extatisch, onbeschrijfelijk-door-schokt van diep-ondergane verrukking en nauw-bedwongen bezetenheid. Bruusk viel hij uit, maar ineen weer overwonnen, alsof alles ver van hem af gebeurde...
— Meneer Moro, as-ik-u-zeg, u bint 'n leek... u ken zegge wat u wil... mijn jaagt u geen schrik an!...
Oh, j'en ai plus que mare!... Kijk u nou es goed......
maar ziet u nou es zonder te lachen, al bin u maar een leek, meneer Moro... Dat is toch één van de fijnste dingen van Rafaël, onbeschrieje... Ziet u nou es... dat zoetjes lachen van die Madonne... extrêmement beau... kompleet 'n wonder, meneer Moro... Dat zal
me ééns opbrengen...... laat ereis zien?...... Nou ja,
grinnikt u doch maar...... n'importe!...... Ik neem u
dóch in de strikvraag...... Mijn knel u nie vast!......
Alle mensche-van-haarlie-tijd komme terzijnertijd!...
Alleen noü, noü, voor 't moment...... zit ik in de
sereife... mot ik me 'n kous neme voor 'n onderbroek... mot ik danse as 'n bok... Nou bedel ik voor 'n six pens... 'spèce d'andouille!... Nou ben ik stewed... gezakt as... as 'n frotte goupillon... soit! Maar die collectie... al sterf ik staande mit 'n hoedje op,... al sterft me vrouw en haar jonge van honger,... an dié millioenen-collectie raak ik mit me fikke niet!...
Sallie's oogen sloten zich weer plechtig boven diepe, donkere wallen van vermoeienis.
J'en ai plus que mane: Het laat me koud. — Sereife: in den knoei. — Espèce d'andouille (Fransch argot): aartsstommeling. — Goupillon: zwaar-werkende knecht, alleen in de kost, zonder traktement.