222
nasale stem en verwrong zijn mond, onder zenuwschokjes. Bewijs voor Sallie, dat die meneer om al het andere antiek geen lor gaf, al deed hij er een bod op... Die meneer wilde alleen het niét-genoemde, de armbanden dus...
— As-ik-u-zeg!... gromde hij.
Sallie, heel tersluiks, quasi met den rug naar Moro toe, bespeurde in een Italiaansch krulspiegeltje, tegen een donker speelgoed-commodetje geleund, hoe gretig de juwelier het niét-genoemde oppakte en aan alle kanten onderzocht. Toen Sallie zich windsnel omdraaide, gooide Moro de armbandjes weg als oudvuil. Precies zijn truc! O, o, die uitgeslepen boef van een
meneer-de-juwelier!...... Ga je gang maar...... je m'y
connais!...
Moro bekrabbelde diepzinnig den hakerigen neus en de dunne lippen rekte hij bloedloos-breed uit. Hij bood weer koel-ongeïnteresseerd op den rommel bij elkaar. Zijn stem ktonk eentonig-geknepen als een doedelzak.
Heel sluw en fijntjes-glimlachend stond Sallie vóór Moro. De vogeloogen knipten nerveus en zijn pink boorde driftig-schuddend het oor in...
— Ja, ziet u meneer Moro... al wat hier legt ken ik an u voor 'n prikkie geve, as-ik-u-zeg... voor 'n prikkie,... voor veel minder as u betalen wil, savez-vous!... J'ai fini!...
Zijn klem en spottende nadrukkelijkheid, ergerden Moro hevig. Het was, alsof Fontein hem op de handen keek en schimpte...
— Jij, jij bent hagel en sneeuw!...
Moro keek grimmig. De schellichte oogen flakkerden een oogenblik helsch. Oppassen...... zijn hartneurose... Inbinden! Geen opwinding... Hij mompelde:
— Zoo?
— Maar dat oudvuil, dat u daar wegsmijt... züte