217
imitaties te koop. En tusschen een enkel stukje echt blauw Delftsch, een bias afgietsel van een kalksteenen Egyptischen stier, tusschen oude, groen-geglazuurde testen, als verrimpelde oümoertjes met lintmutsjes, pedante, nagemaakte Jacoba-kannetjes, geronnen ceramiek-vaasjes, nauwgehalsde en broos-geoorde, oude oliekruiken; een stukje celadon met speelsch zeegroen-licht; slingerkelken, die een witten lintworm schenen te beknellen in zijn kronkels; gebarsten portretten, Zeeuwsche schotels, Japansche worstelaars, Chineesche duikelaars, Thibetaansche en Gothische beeldjes op een lap oud-Venetiaansche guipur; een antiek, Chineesch-porcelein liertje en kristallen karaf-jes, waar de zon vurige en goud-oranje sterren-vonksels verblindend inschoot. Verzamelaars konden bij hem alles aanvullen of completeeren. Sallie jeukte diep-in, met de morsige pink, de behaarde ooren en in zijn verhit hoofd, door woeste fantasmen gegrepen, stormde de sidderende en ontroerende verbeelding, dat al wat er stond in de étalage, nog scharrenbier was naast de ״goddelijke" dingen, doeken, planken, teekeningen, etsen, pastellen en aquarellen, die hij in zijn schemerdonkere achterkamer verborgen hield; doeken, paneelen van onnoemelijke waarde, als ze maar even werden erkend als écht... al ontbraken, — nou ja... 'n kuns, — de handteekeningen. Blazerige Amerikanen zouden tóch komen bekijken, betasten, beoordeelen. En griezelig-giftige kwelgeesten van concurrenten zouden stikken van nijd en afgunst, en beschuldigingen lanceeren over knoeierijen, vervalschingen en al dergelijke smeerlapperij meer... Natuurlijk niet de gróóte antiquairs. Want voor die zwamneuzen, die mijoteurs, bestond hij niet eens... Toch moest Sallie heden ten dage heel scherp uitlensen en oppassen. Want met schilderijen-vervalschingen, zooals in Frankrijk, België, Italië, bemoeide zich de hooge justitietegenwoordig
Mijoteurs: (Fransch argot) stinkers, zooals: schlingueurs. — Uitlensen: uitkijken.