216
zijn bloedspuwingen, metbijgeloovigeangstbevingen in de stem toch, exploiteerde hij voor het goede doel. Zóó transigeerde hij tot vlak bij zijn sterfbed... Verder kon hij onmogelijk gaan. En zijn dom-onnoozel gezicht hielp méé verschalken. Hij kréég het ״vod" los, met nog een stukje Indisch ivoorsnijwerk, drie antiek-kralen beursjes... snoésies, en een cloisonné-kruisje.
Was alleen te oud voor zoo iets niéuws...... Zoo
veinzen en comediespelen bracht Sal onvergetelijke, koortsige spanning.
Eerst thuis begon ras de fabelgeld-droom, de druischende waterval van goud, goud, hem te overdonderen; beleefde hij dezen als een lillende, onverbiddelijke werkelijkheid.
IV.
Op Sallie's vijftigste jaar, schonk gelaten Debora haar man opnieuw een zoon. Haar grillige, maar hardnekkige vruchtbaarheid verontrustte hem eerst uitermate. Noh... geregeld Sara, de huisvrouw van
Abraham. Een optooisel van zijn ouderdom...... noh!
Had hij aan het gesjadsjen van die malle pottegiezerin, tante Truddie Hereira te danken. In ruim vijftien jaar, na het sterven van het eerste wicht, „als" maar niets en nou plotseling weer een „wolk" van een jongen? Onbegrijpelijk!... Sallie keek knappe Debora vreemd-achterdochtig en gesmoord-driftig aan. Zijn vogel-oogen begonnen voor het eerst vochtig te glanzen. Debora begreep van zijn verwilderd, hideus loeren niets. Zij staarde, stil-verheugd, om het kind, maar volslagen argeloos, terug. Toen verloor Sallie zijn blinden argwaan. Neen, neen, die vrouw was koosjer...
Op zijn antiquiteiten-winkeltje liet hij schilderen: „Old Masters". Sallie Blik. Specialist... En hij zette er heel zijn excentrieken en exotischen rommel en
Gesjadsjen: koppelarij. — Hideus: leelijk. — Koosjer: rein.