185
drille réaliste. Heel de wereld keek; heel de wereld sprong. En ondanks alle realisme, was er geen verdierlijkt raffinement als tegenwoordig...... Dat verdiér-
lijkte, dat gemeene besefte de eerlijke Bob, zonder het te herkennen...
Och, wat kon zij doen om alles weer goed te maken? Zij bespaarde dien lieven knul ook niets. Nu was het weer opperbest geweest, en inéén weer die grillige omdraai! Vergiffenis vroeg zij niet, nooit! Om te gieren... oér!... De gedachte... vergiffenis! Maar hij moést voelen, hoe idioot-veel zij van hem hield.
En Bob zwichtte weer onder haar vlagen van ver-teedering. Zij schold op haar eigen uitgelatenheid en brooddronkenschap. Hij moest zich niet storen aan haar malle kuren en fratsen. Hij was duizendmaal beter mensch dan zij. Had zij hem niet het éérst zeezwaluw gedoopt, na zijn laatsten vliegtocht; eerder dan wélke vereerster ook? Maar !hij moést gelooven, dat zij voor niemand, ook niet voor den knapste en zelfbewust-lokkende, te bereiken bleek. Hij erkende toch altijd, dat haar preutschheid nog grooter was dan haar onbeschaamdheid...
— Hé boy!... En noü nóg 'n rookertje... Ik hou het anders niet meer uit!
Maggie gloeide weer van blijheid op zijn schoot, waar zij zich als een kind inknuffelde. Bob's blondgouden kop knelde zij tusschen haar bloote, blankmollige armen. Toén, woest begonnen de oogen te fonkelen.
Plots, een heerlijke inval! Zij moesten er eens uit. Naar de Fransche Rivièra. Gaat Ma mee; had toch geen ״dienst" meer. Was zij dol op. .
Herinnerde Bob zich nog, twee jaar geleden, die donkere cypressen van Saint Cassien? Onvergetelijk in den maneschijn. De hemel electrisch-blauw, een avondmeer en daarin, spokend-melancholisch, boomge