152
bleef frisch, ongebroken voor het lotsbestel, dat hem zoo vreeselijk had geknauwd en geknakt. Anderen, onder soortgelijke schande, smart en verdriet, zouden al weggezonken, verpletterd zijn. Juwelier Joseph Kok bleef schijnbaar ongedeerd zijn lekkers zabbelen en leefde in ouden trant, gemoedsrustig voort, al naar het gebeuren, zonder snijdende bekommernissen.
Rozenheim moest ontslaan en salarissen verminderen. Dat was een halve dood voor hem. Hij begeerde tegen alle ellende in, zijn vrijgevigheid, zijn weelderigen, onbesnoeibaren levensstijl te handhaven. Hij haatte hevig vooral, geringste loonsbekrimping voor het personeel. Hun sociale strijd liet hem vrijwel onberoerd. Rozenheim verachtte nog steeds politieke baantjesjagerij en hij verwenschte, reeds jaren lang, alsoorten van maatschappelijke hervormers, die met hun helsche geluids-mengelingen, gekke ketelmuziek, heel het bestaan verdoofden. Hij koesterde nu eenmaal zijn Oranjeliefde... zooals de wél sociaal-strevende Van Beem; door Leo hoonend lager geschat dan sport-verh eerlij kin g. Maar de menschen in zijn dienst wilde hij als kinderen beschermen. Dat was het sociale gevoel van een a-sociale natuur als hij. Nu dwong hem uitmergelende concurrentie tot loons-inkrimping. En dan... prijsdaling, die Henri noopte van zijn stock telkens schepjes af te nemen, om den boel vlottend te houden!
Vanmorgen, op kantoor, barstte juwelier Dozy, die nog altijd het fijnste klein in Amsterdam liet bewerken, los... Hij wist zich niet meer te keeren en te wenden. De concurrentie van buiten sloeg hem neer. Doodhongeren konden de werklieden bij wat daar betaald werd voor achtkant en klein briljant... Dat was nu geen overdreven, wereldwijze Jehoede, maar een zeer
orthodox Katholiek...... Alles stond en struikelde op
hetzelfde moment. Kok zwol de !borst. Deze fabrikant