149
zijn gezag, zijn verbluffende kennis van effectenbeurshandel. Nu klonk de stem van Moro achter al zijn uitspraken en daden, in het weifelend donker, en hielp Van Nienhuizen mee zijn gezag ondermijnen bij koopers en vreemdelingen. Zelfs zijn flaterlooze kennis van paarlen, smaragden, robijnen en halfedel-steenen werd verdacht gemaakt, als ten tijde van de Heezer's en Durant's en Co.
Maar was in hemzelf ook niet een schrale verarming van innerlijk leven ontstaan? Waar was zijn ijzeren zelfbeheersching, onder schrikken en schokken van het levensgebeuren? Waar bleef zijn genotsspan-iiing en rustelooze emotie bij speculaties? Zonder de kansen van den fondsenhandel kon hij niet bestaan. Dat spel schonk hem een krampachtige ontroering. Waar was zijn lust ervoor gebleven? Cijferen was voor hem alles geweest; stille berekening van kans en tegenkans. De drang, het verlangen ernaar, lag dood in hem. Hij had geen kooplust, geen strijdlust, geen vertrouwen, in niets meer. Het zonk bijna tot depressie; loome, druilende apathie. Al wat er eens op de internationale geldmarkten gebeurde, had hij vroeger in zijn kop gekneld. Nu keek hij ernaar, onverschillig, kil. O, hoe had hij genoten van emotie, onder de hausse- en baisse-stormen. Zij vroegen hem toen allemaal om raad...
Henri klakte met de tong. Allons! Over de crisis zongen ze nu allemaal één hysterischen deun!
Daarom wou Rozenheim met zijn gezin uitspreken. Met Leo? Met den 'hooghartigen spotter, die de laatste maanden door Bob Versteyne, Maggie's lief, heele-maal opging in autosport en de Franschen nu weer kleinburgerlijkste natie van de wereld schold, onder Montherlant's ingeving, wijl deze oreerde: de Franschen vertroetelen, aanbidden alleen het luttele; het grandioze, Dante, Michel Angelo, Byron, Shakespeare,