147
importeurs hier niet over te praten. Zij grinnikten eigenwijs en sidderden voor het Amerikaansch banditisme ten top,... in Amsterdam, met onze ver filmbare gemaskerde bankovervallen...
Och, met wien kon hij eigenlijk uitspreken in zijn
gezin? Op kantoor,...... o ja, zeker, met de heele
diamantwereld. Natuurlijk, met Van Beem, iederen dag; met dien heerlijken optimist, in den grond van zijn zoet hart zulk een zwartgallige... En vanmorgen nog met dien steenrijken juwelier Schrijvers. Die blies over de crisis heen, uit een hoorn van overvloed! Schrijvers, als Voorzitter van de Juweliers-Vereeni-ging, zou toch wel een aasje inzicht hebben in de lotsbestemming van het vak? Kop ophouden! Moest hij een Henri Rozenheim dat leeren? Juwelier Schrijvers kende het diamantbedrijf door en door. Maar zoo zwart als Henri blies, zoo wit blies hij er tegenin. Afrika werd niet zoo blageerend bevoorrecht als gealarmeerd werd. Henri moest maar eens lezen,
wat de firma Rozelaar daarover onthulde...... Die
had zélf ingekocht bij het Ruw-Syndicaat. Nou? Kon het typischer? Neen, Schrijvers liet zich geen bakersprookjes de mouw opspelden. Grootegod, was dat Henri Rozenheim?... Die vroeger, in gruwelijke angstmisère van oorlog en vernietiging, als een held op de barricade sprong? Nou, dan was hij méér Henri dan Henri zelf. Want nu verklaarde Schrijvers, dat hij alle hoop had op Amerika. Moest hij zoo iets Rozenheim vertellen? Voor de diamantproductie bleef Amerika een onbepaalbaar-groot afzetgebied, en het vak zou weer opleven, ondanks alle verpletterende voorspellingen en bedreigingen van een wereldcrisis, als nooit tevoren.
Och, een beste, fijne, nobele kerel vond Henri juwelier Schrijvers, ondanks de eigengereidheid, waarmee hij Rozenheim's zoogenaamd brandend