Het Volk God's, Menschenharten

Titel
Het Volk God's, Menschenharten

Jaar
1932

Druk
1932

Overig
1ed 1932

Pagina's
528



107

geven aan schuimende jeugdjool van het heerlijke studentenleven.

Tillema Lubbers, in het diepst van zijn wezen Leidsch aristocraat gebleven, hield van studenten en jongeren, als makkers in leed en jolijt. Zelfs van velen uit de Leidsche bende, de z.g. aristo's. Hij hield van hen, niet uit de hoogte van zijn flodderige zesentwintig jaartjes, maar als een vitale jongere met jongeren, die soms eikaars beleenbriefjes losten, eikaars Niersteiners leegslurpten op hun kast, — nog altijd geschenken van Kneppelhoutsche brave vaders voor geslaagd Doctoraal, — maar vaker nog Shelley

of Verlaine voorlazen...... O, die smachtende, diepe

verlorenheid,...... dat zweven in de leege, donkere

oneindigheid van:

Un grand sommeil noir Tombe sur ma vie: Dormez tout Espoir, Dormez toute Envie!

Je ne vois plus rien. Je perds la mémoire Du mal et du bien... O la triste histoire!

Je suis un berceau Qu'une main balance Au creux d'un caveau... Silence, silence!

Het ״Sagesse"-gedicht, dat Uriël nog pas weer, grondeloos, geheimzinnig-droef en melodieus voor hem had laten zingen.

Tillema Lubbers hield van de vermetel-stoere en struische roeiers onder hen, Holland's Trots! Tillema hield van de blonde, sterke, antipuriteinsche Bataven,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.