99
en Credietbank,... over het Joodsch Nationaal Fonds, niet waar... een Jood en handel!... Maar hij droomde in een andere spheer van Zion: in die van dichters en schrijvers; van zielshunkeraars, gebrokenen en door de overlevering gevoeden. In de Hollandsche literatuur greep alléén Jacob Israël de Haan naar de Joodsche ziel, de Zionistische werkelijkheid, in zijn weemoed en ondergangs-gevoel. In heel "WestEuropa en in Nederland, ontdekte hij er niet één! De schrijf-Joden voelden Zion niet met prophetischen bloedklop door de polsen. Dat jagend-fanatische en heilige, die intuïtief-geestelijke spanningen ondergingen alleen de Oost-Joden. Met scherpe, nerveuze stembeving verklaarde hij, Jacob Andriessen: de Nederlandsch-Joodsche schrijvers beteekenden voor Palestina nul. Zij waren Westersch, heidensch, in alles hervormd en geassimileerd, vervreemd van ritus, van rasziel en van de groote instincten uit het Oosten. Hij wees op Sam Goudsmit, kleinburgerlijk branietype van den Hoogduitschen provinciaal-Jood, bekrompen, stompzinnig, valsch-sluw-bescheiden en zichzelf schijnbaar-uitwisschend, inwendig vol bijtenden waan en afgunst. Hij hekelde hem als een broeisch woord-morphinist, vol rimram, en gewrongen, schijn-diepzinnig, duister, riekend naar zwaar-aardschen mestgeur. Grof-beschilderd duiveltje-in-een-doosje,
maar gevaarloos...... Hij wees op Israël Querido,
Sephardisch Jood, met een quasi Spaanschen gloed; paganistischen gloed van bollenvelden, tulpen, hyacinthen, narcissen. Maar ook Querido, bijna geheel heidensch van aandrang; een meng- en kruisvorm van Joodsch-Moorsch-Katholiek geloof; Querido met zijn onuitstaanbare groote-mannen-allure, zijn snijdende aanmatiging en lachwekkende ijdelheid, zéér vulgair, opgeblazen en ten opperste smakeloos; ook deze omgevallen boekenkast-heros en bombastische war-