noodlot dat ze van elkaar houdt. Het is de wet der terugstooting van gelijke machten ... Antipathie tus-schenBeethoven en Haydn,... vijandschap tusschen Beethoven en Weber door klein gewauwel... hoogheids-gedoe van Beethoven jegens den heerlijken Schubert... de radbraak der mensch-godjes door het leven, het speelsche leven dat in uren van helsche ironie zijn genieën soms tot pannelikkers verlaagt.
Spoedig ging Beethoven weer naar Bonn terug om er zijn droef-beminde moeder te zien sterven. Het huishouden is schameler dan ooit, zijn vader erger dronkaard. De opvoeding wacht er van zijn broers Carl en Johan. Dat was wel van het licht een val in het grommende duister. Wat was hem nu zijn popelend genie, zijn melodie-doorzongen innerlijk? Even had hij, in den hoogen, stillen glans van droom-geluk, het leven bekeken zooals een peinzer kijkt door een goud-door-
7
101