onsterfelijke moment van hun kort samenzijn.
In zijn woord zie ik heel den roem van den lateren symphonischen Beethoven glanzen en weerlichten.
Naast deze subtiele aanvoeling van Beethoven's jeugd-genie, wordt de Groot-Mogol-titulatuur van Haydn botte spot van een Geldersch boer-ken, dat het onderscheid kwijt is tusschen een mestkar en een vorstelijk vierspan.
Ik zie de ontsteltenis op Mozart's gezicht, in zijn mooi oog het licht der verbazing over zóó jong-dur-vende, toegeslotene, in één ruk van hoogheids-gevoel naar buiten springende begaafdheid en ik hoor de suizelende ontroering in de stem waar de prophetie in fluisterde. Het wilde, ongesnoeide genie'tje kon dan ook met dien van verrukking wegslui-penden Meester tevreden zijn! Tot lesgeven is het echter nooit gekomen. Tusschen de grooten der aarde, de grooten van geest, werkt vaak een
100