Deze grootsche erkenning en voorvoeling van Beethoven's genie door Mozart, is zoo écht Mozart'sch, zoo prachtig van gave eerlijkheid. Toén een prophetie, heeft ze voor ons, ver-eerend nageslacht, een ongemeen-historische bekoring. Géén woord van den verrukkelijk-gevoeligen Mozart heeft me zoo diep geroerd als dit schrik-gefluister over het plots vóór zijn oogen van kind tot titan uitgroeiende genie'tje. Ik ken dan ook geen innig-edeler figuur in de gansche kunstenaars-waereld dan Mozart. Het dadelijk omspannen van het heroïeke in dit genie'tje, het onpeilbaar-muzikale, in waardeering nog gansch en al staand buiten technische passageafronding en verblindende virtuozen-macht,... dat is het heerlijke in de ontstelling van Mozart. De orchestrale verdubbeling in Beethoven's klank-contrasten, de bruisende doorstrooming van zijn motief-wisselingen en den uitsliertenden bloei van zijn weelde-melodieën, in kruisgang wen-
98