wrang treffen, hem, den geweldig-ontvlambare en dadelijk-gekrenkte. Bovendien is het bekend dat hij bij verbittering of prikkeling, als zijn gaven niet onmiddellijk in vollen omgang overzien wierden, of wegliep óf beter dan ooit te voren speelde. Dien koortsachtigen erken-nings-drang, uiting van diepst zelfgevoel, kon hij ook toén niet beteugelen. Nu duldde de geweldige vaart van zijn vrije phantasie en koenste klank-verbeeldingen geen dwarsbooming meer. Even de koele oogen van zijn afgod inkijkend, diens onaangedaanheid beschouwend, zal hij onmiddellijk verzocht hebben een spontaan-gegeven thema ter bewerking, zoodat elk wantrouwen tegen vooraf-ingeblokte vaardigheid en schijn-begaafdheid moést verzinken. Nu kon hij ook Mozart, den grooten Meester, niet meer zien, maar alleen den aanrander van zijn ziel. Hij wachtte, de knaap, hoog-bewust en stroef-manlijk. Éérst de smadelijk-
96