linksche mannetje vóór u. In onmiddellijke nabijheid van den vereerden Meester ... hij, bladsteel, tenger, rank,... daar de boom in hooge uitlommering en blonden bloei. Vlak nabij hét muzikale wonder, hét genie, met wien hij een paar minuten saam mocht ademen in beklemmend liefdegevoel, het hart vol bevende ontroering, de stem nog door een angstige woord-machteloosheid heen-haperend. Zoo zal het geweest zijn. Mozart wel van hartelijke zachtheid vol en gauw toeneigend in vriendelijke moed-geving, maar toén toch afgetrokken, vermoeid misschien door kleine, tergend-vernederende misère. Tót Ludwig, zichzelf vindend, in de toetsen grijpt van een clavichord met zijn zangerige toon-trilling.
Mozart luisterde, bleef onvoldaan, zelfs koel, meenende een ingeblokt lesje voor den neus uitgestald te hebben gekregen. Die koele terugtreding en even verglimlachte minachting moesten Beethoven al zeer
95