roerend stuk menschelijk gemoed, en uit zijn brieven,
waarover ik nog afzonderlijk hoop te schrijven.
*
* *
Over Eleonore von Breuning en Beethoven's verhouding tot haar heb ik een geheel persoonlijk gezichtspunt gegeven, doch organisch vast aan den indruk, gewekt door zijn hevig-emotioneele en titanische persoonlijkheid. ״Dithyrambischer Jubel, extatische Begeisterung ist das Lebenselement des Beet-hovenschen Genius", schrijft Paul Bekker; analytisch ook verbonden aan den ontroeringsklank zijner jeugdbrieven aan Fräulein Leonora. Vgl. het fragment uit Bonn 1791. Vgl. den brief uit Weetien, 2 November 1793 aan Lorchen (uitg. van Dr. Alfr. Chr. Kalischer, Beethovens Sämtliche Briefe, Erster Band).
Allerlei zotte pogingen zijn er aangewend om Beethoven's zinnelijke reinheid te bewijzen. Leest Schindler, Dr. Alons Weiszenbach, A. B. Marx, Alberti, die allen met een belachelijke archivarisnuchterheid, de edele ״Liebe" van Beethoven voor kuisch verklaren en met een verdwaasde onnoozel-heid op jacht zijn gegaan naar feiten, die moesten beslissen of Beethoven ooit in concubinaat had geleefd. Vgl. p. 18 van ״Beethovens Frauenkreis", Erster Teil, von Dr. Alfr. Chr. Kalischer. Alsof een dezer uiterlijke gebeurtenissen slechts één oogenblik van beteekenis zijn voor het innerlijke geheim zijner sensueele ontroeringen. Vgl over Eleonore en Beethoven nog III, p. 57 van ״Beethovens Frauenkreis", Erster Teil, von Dr. Alfr. Chr. Kalischer, waarin ook wordt vastgesteld: ״Auch hierbei müssen wir es wieder erleben, dasz sich in der Auffassung dieser Beziehungen zwei Richtungen gegenüberstehen". Vele zwaarwichtige leuteringen van philosopheerende mu-
ziek-psychologen volgen op den voet.
*
* *
Anti-abstracte kunst-philosophie geeft ook in abstracte kunst-philosophie Adolf Bernhard Marx.
128