jaar na mijn studie. Treffend vond ik het te zien, dat ook hij figuren als Schindler eigenlijk speelpoppen acht. ״Leute wie Schindler oder Holz zählen nicht zu ihnen. Sie bleiben im Grunde Lakaien-naturen, deren Lohn der Umgang mit dem Meister ist. Beethoven behandelt sie dem entsprechend: launisch, herrisch, rücksichtslos, wie es ihm gerade in den Sinn kommt". (P. Bekker: ״Beethoven", p. 61). Dit stemt wonderwel overeen met mijn karakteristiek der figuren, vier jaar vroeger gegeven dan Paul Bekker.
Vgl. over Beethoven's liefde-leven: ״Beethovens Unsterbliche Geliebte. Das Geheimnis der Gräfin Brunswik und ihre Memoiren", von La Mara. Belangwekkend alleen is vooral, het gepubliceerde ״Tagebuch", De Memoiren der Gravin Therese
Brunswik. *
* *
Zeer boeiende lectuur zijn de deelen: ״Beethoven und seine Zeitgenossen"; vooral Band 3 en 4: ״Beethoven und die Frauen" van Dr. Alfr. Chr. Kalischer. In het boek: ״Beethoven und Berlin" van Alfr. Kalischer zijn vooral belangwekkend de hoofdstukken : ״Beethoven und die Sibylle der romantischen Literatuur"; ״Beethoven und Zelter" en ״Beethoven, die Schlesingersche Muzikalienhandlung und U. B.
Marx". *
* *
Vgl. over Schubert en Beethoven de treffende woorden van Felix Weingartner: ״Die Symphonie nach Beethoven". Alleen heb ik bezwaar tegen zijn bewering; ״Schubert war der Lyriker nar' fgo;^!׳" (p. 19). Want was Schuberts lyriek niet nog meer
dramatiek ? *
* *
De melancholie van Beethoven wordt op zijn sterkst verklaard uit zijn Testament, dat ontzachlijk-ont-
127