De jeugd van Beethoven

Titel
De jeugd van Beethoven

Jaar
1919

Druk
1919

Overig
1ed 1919

Pagina's
127



de dichters aan de verrukkingen der mensch-liefde en vrouw-idealiseerin-gen; alles van hun diepste ontroeringen wordt er uit geboren, sterft er mee weg.

Zoo, in dat gevoel moet Beethoven gespeeld hebben voor zijn fijn-beweeglijke Lorchen, al besefte zijn droefst-begeerend binnenste dat die vrouw hem zou ontgaan, zooals later ook alle andere hem ontgaan zijn. Maar in het eerst kón hij dat hevige verlangen-rumoer niet stillen. Het was in hem een innerlijk rillen als van water dat huivert onder de zoele streeling van een zomerbries; het was in hem een dorst naar teederheid, een drang naar volle overgave, een bedwelmend zelf-bemijmeren van eenzame liefdes-droomen, waardoor heen de pijn van sensueel genotsverlangen kerfde. Onder Lorchen's lieve oogen, zacht van schijn, zal hij gespeeld hebben, altijd weer, uitgespeeld zijn mijmeren en zijn smachten. O! die eerste tijden van bang-

122

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.