visie op de vrouw, dat lieve ״Kind Lorchen", is van den minnaar, niet van den objectiveerenden vriend. Dat: „fein gebaute, schlanke und elastische", niet minder. Om dit meisje, was er zijn verknocht blijven in den kring der Von Breu-ning's en niet om de ordenende beschaving en de hem vormende begrips- en gevoels-verfïjningen en afrondingen die hij er onderging.
Zie toch, biographen, die heete ziel, dat trillend gepassioneerd lichaam vol driften en menschelijke verlangens, met zijn elastische kracht, zijn hijgend idealisme, zijn vurigen levensdrang en zijn smachtend zich oplossen in lokkende klank-verbeeldingen en klavier-phantasieën. Wié kon er teederder roepen dan hij op zijn instrument, wie magistraler de liefdeszwellingen van zijn hart in zingende klanken uitstorten? Zoo heel anders nog dan de lokkend-bedwelmende walsklankjes van Chopin! Zeker, maar moet hij niet toén al met zijn
118