Breuning's lesgevend op muzikaal-, les ontvangend op geestelijk gebied. O zeker, de biographen met hun bibliotheek-asem hebben braaf gelijk, ... de lieve Frau von Breuning begréép hem. Maar daar zal Beethoven niet in de allereerste plaats dag en nacht om gebleven zijn. Hem moét het meest getrokken hebben de mooie, slanke, levendige Leonore, die hij les gaf, die ieder uur van den dag om hem heen drentelde, die hij met de oogen ingulzigde, die al de fijn-vrouwelijke teederheid van een vriendin en veel meer dan een zusterlijke genegenheid om hem heen spon, gelijk de verwaarloosde en schuw-stuursche jongen behoefde. Het zullen geen stortregens van declaraties geweest zijn, maar toch zangerige buitjes van zachte, ingehouden meisjes-verliefderigheid op een zóó binnenin-vurig, leven-verslindend genie. Beethoven's innerlijk bestaan had een bovenstem, middenstem, onderstem. De onderstem
116