gegrond op de innigste eigenschappen van zijn gansche psychische en passioneele wezen. Wat ik bewijzen wil.
Met Rousseau heeft Beethoven gemeen een ontzachlijke liefdes-ontvlambaarheid, een stage wisseling in passie-gevoel voor vrouwen. Zijn tijdgenooten en verknochte vrienden, Ries, Romberg, Stephan von Breu-ning, dr. Wegeler, beweren: Beethoven was eeuwig verliefd en in den allerhoogsten graad. De weelderigheid van zijn brandende verlangens vermocht hij heel zijn leven lang niet te beheerschen; zou hij het in de eerste vlagen van zijnjeugd-liefde gekund hebben? Van Beethoven's hevig minnen en wissel-begeeren verhaal ik u later en dan met historische getuigenissen, hoe ongebreideld hartstochtelijk en vurig-vermetel zijn temperament was. Die ziels-branding ruischte er ook, toen Leonore naast hem leefde. Stel u vóór, Beethoven in de joviale omgeving der Von
115