sombere levens. 163
leding toepassen op taal en stijl. Maar pag. 83 geeft Booleman in zijn eigen spheer geheel terug. Ziedaar het citaat.
— ״Niet dat z'n ouders hem ooit verwijten deden... 'm lieten vóelen dat ie zijn tijd verdee, — letterlijk verdee, met altijd op zijn kamer te zitten prutsen, ja prutsen, beter was 't niet, wat spelen met verf, waar ie niks mee verdiende en waarmede hij nooit iets verdienen zou, wijl 't niets was.... omdat ie wel schilderen wou, — o, dolgraag, — 'n stuk van z'n leven zou die d'r voor willen offeren, — maar 't vak niet geleerd had, — de techniek niet beheerschte, — dat voelde hij altijd zoo striemend-zeker als ie ploeterde om 'n stukje te krijgen zoo ie diep in zich wist dat het moest,
— maar het niet bereiken kon wijl hij te kort schoot in z'n kunnen, — de kracht niet had om dè.t uit te zeggen wat hij bedoelde____Hoe voelde hij dan wat 'm ontbrak,
— en hoe zeker wist hij in zulke oogenblikken dat ie zonder hard werken nooit dat zou bereiken, neen nooit.
— O, hij wist het zelf zoo goed, — wat zag je altijd veel meer in de natuur, wat voelde hij haar steeds heviger aan dan hij bij machte was haar te beelden, en hoe vaak had ie niet neerslachtig z'n penseelen op den grond gesmeten.... als hij zich radeloos had gewerkt op 'n ding.
״Zeker, ze hadden niet noodig te lachen, z'n kennissen, om z'n onmacht,.. niet te spotten omdat ie schilderde en toch eigenlijk sigarenmaker was, — hij wist zelf heel goed dat ie niets, heelemaal niets beteekende ״. maar wat zij niet wisten, was dat hij in zich voelde koken een hartstochtelijk verlangen naar het bezit
van de kracht-tot-uit-zeggen____ dat ie daarvoor
avond aan avond, als ie vermoeid, krom-geknauwd van dat doodend sigarenmaken thuis kwam, nog tot
laat in den nacht bleef ploeteren naar gips,____maar
dat ie dan niet opschoot wijl hem de leiding ontbrak,.. en vaak ook geld om materiaal te koopen."