xiii.
ALEX BOOLEMAN. - SOMBERE LEVENS.
In dit opstel zal ik het weer hebben over een beginneling, een voor het publiek nog geheel onbekend schrijver. Maar dezen keer tref ik het gelukkiger, wijl Booleman is een beginneling met talent, zij het dan ook in een nog beperkte mate en in een zeer klein genre. — Telkens, als ik het werk van beginnelingen lees, met zulke enorme stijl- en taalkunstige gebreken gelijk ook nu weer in Sombere Levens van den heer Booleman, voel ik neiging hen te vragen of ze ooit wel diep over de techniek van de bééldende schrijfkunst hebben nagedacht. — Op dit gebied heerscht bij de massa de grofste verwarring. Om muziek te leeren, — voelt een ieder, — moet men studee-ren, studie maken van techniek, wetenschap, techniek en nog eens techniek. Om te teekenen, te schilderen moet men studeeren, studie maken naar pleister, model, natuur, leven. Om te beeldhouwen moet men veel en zwaar studeeren. Het geheim van de techniek der schilderkunst b.v., voor wat ontzaglijke moeylijkheden en angstige benauwingen zet het niet de ernstige en diepe strevers en werkers. Het is soms één worstelen met de materie, het licht, het transparent-maken van schaduwen, het werken met gebroken kleuren. Wat voor geestelijke krachtsinspanning kost het niet, zijn palet op te werken tot een rijkheid van tonen en tinten, een kleurschaal waarbij ieder ding tot eigen licht- en kleurleven kan geraken, iedere materie haar eigen bestaan krijgt door de geheime menging van bijeengetaste kleurstoffen. — Zoo, in iedere branche״