het leidende en rhythmisch-aanduidende element aanwezig zijn, het dirigeerend- en te gelijk spélende deel, om alle accenten, alle kleur-eenheden, alle dynamische en melodische schakeeringen tot een vaste ordening en klank-plastiek te brengen. Willen zich in een trio drie opvattingen tegelijk doen gelden, dan krijg je een ratjetoe-interpretatie, een gedisharmonieerden stijl, een breking van subjectief sentiment, en daarmee een barst in melodische nuanceering, in fraseering, in heel de toon-plastiek, de innerlijke verwerkelijking van den geest der compositie.
Een Fiedler moet zich niet te hoog voelen voor een boven hem uitgroeiende, door een leidende gedachte tot uiting gebrachte interpretatie. Hij behoeft volstrekt daarmee niet zijn individualiteit als kunstenaar op te geven. Maar op repetities moeten stipte afspraken gemaakt worden voor regeling van tempo, rhythmiek, dynamiek. En die afspraken moeten niet zijn: uitwendige symmetrie in ideeën-assosiatie, uiterlijke opleggingen van zekere gesuggereerde opvattings-trukjes, maar doorlééfde verwerkingen van fij ne aanduidingen, gegeven door de sterkste stijl-persoonlijkheid uit zoo'n trio.
Het technisch vermogen hebben alle drie. Maar Beethoven uitbeelden is nog wat meer dan Beethoven spélen. — O! wat zijn ze verrukkelijke muziek, deze trio's. Alleen al de muzikale dialoog tusschen viool en cello in Trio No. 8; het brokstuk allegretto. Wat is daarin gegeven een innige melodisch-zingende saam-spraak. Wat hoort ge daarin het menschelijk-grootsche van Beethoven. Dat is roman-dialoog en tragiek in
214