grillig van wilde opwinding soms. — We hebben van avond veel gelachen. Karei de Jong lacht heel eigenaardig, heeft iets van een kabbalistisch rabbijn in zijn gezicht. Wat 'n verschil met de bijna wreede en toch zoo sympathieke tronie van Hekking. Karei de Jong is vroeger, geloof ik, leeraar in plant- en dierkunde geweest. Ik vreesde eerst in zijn klavierspel vooral te kunnen hooren, dat hij leeraar in de dierkunde geweest is, maar dat viel erg mee.
2 MAART.
Vanavond had ik gelegenheid ook Fiedler te hooren als Trio-speler. Viel niet mee. Hekking, Henriette Roll en Fiedler hebben een Beethoven-avond gegeven. Neen, ook dat was Beethoven heelemaal niet. Eenige opmerkingen. Er was geen eenheid. Integendeel, 't was heel dikwijls een elkaar-verliezen-en-niet-weervinden, een zoeken naar rhythmische vastheid, een zwalken met tempo, een dobberen met de metriek, een naast elkaar gaan, in plaats van een synthetisch inéén-vloeien. Dan sloeg Fiedler op hol, zong zijn viool heelemaal alsof hij solo speelde. Als hij de melodie had, ging hij, om zoo te zeggen, er op liggen; dwong hij klavier en cello zjjn tempo, zijn rhythmiek op, verlengde hij de maatdeelen willekeurig als solist, of joeg op. Dan moest er gevolgd worden, wijl hij de cantileen had en droeg. Want Beethoven geeft aan de viool veel te doen in deze trio's. Beurt-zang tusschen viool en cel is er weinig. In het Adagio voor Trio no. 2 waren er zelfs momenten van worsteling tusschen klavier en viool. Dan
212