FRAGMENTEN UIT MIJN DAGBOEK.
27 FEBRUARI.
Gesoupeerd met Heinrich Fiedler, Gerard Hekking en Karei de Jong in »Americain«. — Klinkt erg de Goncourt-achtig. Ook zijn dagboek wemelt van eet-partijtjes-vermeldingen. — Fiedler had mij kaarten gestuurd voor zijn concert, om na afloop 'n uurtje nog saam-te-zijn. En we zijn bijeen geweest.
Heinrich Fiedler is de type van een poolsch semiet. Hij heeft een sterk-ontwikkelden mond, kaken éven prognatisch, niet onaangenaam; hij is zeer nerveus en in zijn oogen duizelt een vreemd, grijs licht. — Vooral zijn uitschietend lachen is zeer bizonder kenmerkend voor zijn argelooze natuur, die toch ook veel fijne slimheid bergt. Maar in alles een mengeling lijkt hij mij. Hij is druk en levendig, maar toch ook fijn en niet opdringerig. Zijn handjes-geven is afgrijselijk. Men krijgt geen mannen-hand, maar iets als 'nklam endje visch-staart tusschen de vingers, heel even. Ook het: géén hand-kunnen-geven is kenschetsend in deze nog kinderlijke natuur. Voor mij is hij de type van een sensueel-sensitief violist. — Men roemt dezen concert
202