gewerkt en psychisch omgezet in een verrukkelijke stemmings-ontvankelijkheid en verfijnd sensitivisme. En zoo zou men kunnen zeggen, dat zij gevoels-kaba-listen en Talmudisten zijn met het vatten der allersubtielste geheimen der kleuren, der lijnen en gestalten; dat zij kabalisten zijn in hun sensitief stemmingsbeelden, in hun lyriek en tragiek, en onvermengd, diep-wezenlijk Joodsch zijn gebleven in al hun scheppende vermogens als kunstenaars, die zoo goed het diaboliek-schoone als het vroom-schoone verwerken en in zich opnemen.
Goudsmit is een van de zielen, de kunstenaars, die alles voelen, ook al zijn zij nog dikwijls onmachtig in uitbeelden en zingen. Hij ziet en voelt diep als colorist en tonalist tegelijk. Hij voelt lyrisch en dramatisch en zijn stijl heeft elementen van fel en ongeschonden néo-impressionisme, zoo goed als van ouderwetsche, rustige, bijna verfijnde naïeviteit. Zooals hij de intimiteit en warm-brandende bekoring, de zachte gevoels-streelingen van het huiselijk Joodsch leven in zich bewust gemaakt heeft, zoo kan het alleen een stil en innig droomer beseffen, die nog altijd zijn jeugd in den gouden wasem van poëtisch verlangen ziet. O! wat innig, wat aardig, wat fijn en doordringend teeder heeft hij die bizondere poëzie van den Joodschen Vrijdag-avond gevoeld, met zijn zachte knetteringetjes van lieven vrede en stille, innerlijke rust, met zijn koestering van het warm-menschelijk bijéén knussende, zonder banale vergulziging van alleen grove eterij. — Want, niet waar, voor velen is de Joodsche Vrijdag -
197