met het vlakke schagger-leven van een groep Joodjes, geprojecteerd zonder 'n schijn van romantiek, alleen beeldend de hartstochtelijke bewogenheid voor den uiterlijken levens-strijd,.״, en toch.... en toch de ziel van Goudsmit er achter, zijn diepe, sterke en teed're gevoeligheid, zijn fijn dooraderd sensitivisme. De stem-mings-voeler vooral maakt Goudsmit tot een bijzonder werker, zooals het innigstemmings-voelen Van Campen ook maakte tot een Joodsch ziener en occulte natuur, die binnen in zijn diepste wezen alleen reageert op het wonderlijk-bewogene, het hooge en mystieke.
Ook déze Joodsche ziel slurpt weer alle geheimnissen, angstige verrukkingen en jubelende schoonheden van het leven op. Het is geen apart intellects-leven dat deze mannen brengt tot het mysterieuse der kabala, maar het onbewuste dialectisch-verfljnde der oud-rab-bijnsche gevoeligheid, waarvan de poëzie teer is als herfstdraden.
Ze openbaart zich niet in fijne vernufts-spinsels, in talmudische distinctie, in zwaar dooreengestrengelde geleerdheid, gelijk bij de groote oude rabbijnen, maar in subtiele stemmings-gevoeligheid; in het betasten van iedere kleur, iedere tint, ieder lichtschijnsel, iedere geheime lichtwerking en atmosferische wondering. Bij de Joodsch-geboren moderne kunstenaars, in wier zieleleven, zonder veel geleerde voorstudie, iets ontloken is van het allerschoonste, heeft zich de half-onbewuste drang der oud-rabbijnen naar Joodsche mystiek, kabala en geheime verklaringen der Thora weer naar voren
196