ontbreekt — dat is verhaalmacht. Ze kan niet vertellen. Ik zou over ruimte moeten kunnen beschikken om dat aan te toonen, om te bewijzen, hoe geheel machteloos zij levens-gebeurtenissen en lotgevallen van hoofdstuk tot hoofdstuk samenbrengt, zonder eenig dieper verband dan impressionistischen memorie-stijl. In de woorden en ontledingsmassa leeft geen enkel feit episodisch afgerond, gecomponeerd en klaar omschenen. Ook hier speelt de zelf-waarnemings-obsessie haar parten, wordt de verhaaltrant vermoord door de uitrafelings-manie, zonder plastisch leven gesteund. Daaruit ontstaat ook de eenvormigheid die tóch geen harmonie bergt. De ontroerendste pagina's staan aan 't eind van 't boek; die van 't dood-geboren kind. Een gegeven, dat geheel voor grof dramatisch effekt als geschapen is, maar door E. S. met ingehouden tragiek soms zeer gevoeld uitgebeeld wordt. Dit lijkt de eenige pagina waar zonder analytisch bijhangsel dadelijk 'n ziels-schok doorheen siddert. Daar vlecht men de overtollige verstands-ontleding en de hand-boeken-formulen-zinnetjes uit de levende tragiek los, voelt men de moeder, de diep ontroerde ziel.
192