zelf-waarnemingen de biecht geeft van haar huwelijksleven, haar liefde-leven, en, hoe vaag dan ook, schetst haar verhouding tot omgeving, vader, tante, broers, kinderen, vrienden en kennissen. De geschiedenis van een vrouw, die door haar pathologische gesteldheid niet nader kon komen tot haar vader, haar familie, haar man, soms ook niet tot haar kinderen.
De zelf-ontleding van eigen aandoeningen en gedachten is in dit boek van een ontstellende gerektheid. Een mensch, in werkelijkheid zóó levend, zou in 'n half uur tijd gek geworden. Daaruit blijkt al dat deze uitgeplozen gewaarwordings-beelding gewrocht is allereerst van een schrijf ster-ziel, van een in schrijf-paroxysme opgevoerde en doorgewerkte psychologie. — Dit innerlijk, hoewel summair doorleefd, is eerst op papiér geanalyseerd. De papiervezels, de pen en de inkt hebben hier vooral een zoo fijn-doortakt levensgebied omgrensd. — Men kan dit boek achter elkaar onmogelijk lezen. De stijl is van een zeldzaam eenvormige, eentonige afgerichtheid. Telkens ontstaan de beeldspraken op één wijze, bloeien de vergelijkingen op één planvan-zeggen. — Er is een mathematische droogheid en dorheid in haar zinnen die haar telkens doet spreken van vlakken, kruispunten, wegen, paden, lijnen, waarop, waartusschen, waarlangs, waaronder met haar innerlijk iets gebeurt. — Er is ook een eeuwig-durende herhaling van dezelfde innerlijke gevoels-schokken, van dezelfde denkingen en gewaarwordingen, die tot in 't oneindige opgestapeld en verlengd kunnen worden, wijl E. S. niet ophoudt 't onbelangrijkste van ik-leven te boeken,
186