GEBROKEN LICHT, DOOR E. S.
Een waarlijk diep-voelend, een écht kunstenaar, een groot werker, wijkt voor niets en voor niemand. Een waarlijk machtig kunstenaar schept liever felle vijandschap om zich heen, door de genadelooze onafhankelijkheid van zijn trotsch woord en de potentie van zijn overal indringend ontleden, dan dat hij, om hostiliteit en ven jjn-aan vallen te ontgaan, bukt of eigen ziel in vervalschende oordeels-verslapping verminkt.—Men zou zoo kunnen zeggen, dat een werkelijk groot kunstenaar eerst dan volkomen zijn kracht en innerlijke schoonheid toont, als hij, dwars door vijandige kritiek, miskenning, afgunst, verminking van werkuiting, haat en spot en smaad, in rustige zelfbewustheid, ongestoord der menschheid of zijn land z'n arbeid blijft geven, alsof hij juist niets dan ontroebele waardeering en eerlijke bewondering had ondervonden. Niets doet uit nijd-geziekte-vijandschap meer beven van gramschap dan gesloten kracht, 't Was een heerlijk tartend woord van Zola, toen hij na pompeuze afmaking van al z'n scheppingen, na ontrafelenden kletspraat over de »slechtheid«
181