Juist wijl dit slot en de voorbereiding van haar val zulke trieste verstandsdingen zijn, zoo nuchter van compositie, hindert het mij zoo erg! Daarom gaat de verleiding me ook voorbij en de dood van Rika treft, ontroert geen seconde-tel.
Ook Gerrit de arbeider is slap. O! hoe innig hoop ik, dat mevrouw Yan Gogh uit haar schéppend werk eens ieder tendentieus gedachte-ding zal bannen.
Wat wou ze nu weer met Gerrit? Als socialisterig voeler beteekent hij niets en als vrijer en mensch niets. Hij leeft absoluut niet! En als mevrouw Van Gogh dan ook maar afstand doet van die verleidings-ge-schiedenissen. Er is zooveel weeë romantiek in. Tenzij 't ook alweer als heel apart levensgebeuren wordt verwekt met volle pathetische psychologie, als in Geertje van De Meester. En zelfs daar schept ze stijllooze malligheden, naast 't waarlijk schoone.
Om te eindigen. Met Rika is mevrouw Van Gogh, ondanks de gebreken van het boek, een geweldig brok vooruit! In dit werk voor 't éérst heeft zij getoond een ras-schrijfster te zijn, een sterk, mooi talent, van prachtig menschelijke bewogenheid.
180